Een ogenblik geduld a.u.b.

Monitor Armoede in Zaanstad

door Freek Versteeg

Daadwerkelijke armoede, óók bij werkenden

In opdracht van de gemeenteraad laat het college van B&W jaarlijks een monitor rond armoede en minima opstellen. De afgelopen maanden is er een armoedemonitor opgesteld, de cijfers hebben betrekking op 2018*. De monitor geeft inzicht in de omvang van de armoede in Zaanstad, maar ook in de kenmerken van de mensen die in armoede leven en in hoeverre deze mensen in beeld zijn bij de gemeente. In de rapportage is op blz 3 te lezen wat onder ‘armoede’ verstaan kan worden.

Hieronder volgt een verdere korte introductie, maar indien u direct naar de Onderzoeksbank met de rapportage wilt springen kunt u op het navolgende linkje klikken: Armoedemonitor 2018

 

Nieuwe aanpak monitor

Het is belangrijk om goed inzicht in de armoedeproblematiek te hebben. De armoedemonitor over 2018 is gebaseerd op geanonimiseerde microdata van het CBS, over alle inwoners van Zaanstad (niet herleidbaar naar personen). Deze data hebben onder andere betrekking op inkomen, vermogen en gemeentelijk zorggebruik (zoals het gebruik van bijstand, een minimaregeling en de Wmo). Daarmee geeft de Armoedemonitor 2018 een beter beeld van de armoedewerkelijkheid dan eerdere versies, omdat nu inzicht is verkregen in de daadwerkelijke armoede en daarmee bijvoorbeeld ook de armoede onder werkenden. Voorheen beperkte het monitoronderzoek zich tot een beperkter dataset, waardoor niets bekend was over de zogenaamd verborgen armoede en de werkende armen.

 

Armoede is stabiel gebleven

7.700 huishoudens zitten op of onder het sociaal minimum. Procentueel is in de periode 2014 tot en met 2017 het aantal huishoudens en personen met een laag inkomen nauwelijks gewijzigd. Absoluut is er wel een kleine toename te zien, maar deze wordt veroorzaakt doordat het aantal inwoners van Zaanstad  is toegenomen.

Verder weten we dat 3.300 kinderen onder de 18 jaar in armoede opgroeien. Procentueel groeien er in Zaanstad meer kinderen op in armoede(10,4 %) dan gemiddeld in Nederland(8,7%). Een verklaring hiervoor is dat Zaanstad gemiddeld meer eenoudergezinnen heeft (éénoudergezinnen kennen relatief vaker armoede).

 

Achtergrond van armoede

Ook werd zichtbaar dat mensen met bepaalde kenmerken vaker in armoede leven en armoede zich concentreert in bepaalde wijken. Zo groeit in Poelenburg bijna 28% van de kinderen in armoede op. Als laatste is gekeken of minimahuishoudens in beeld zijn bij de gemeente. Dit kan voor een minimaregeling zijn, maar ook voor andere soorten hulp, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

 

*Inkomensgegevens lopen  ongeveer twee jaar ‘achter’, omdat de Belastingdienst deze dan pas definitief kan vaststellen